Tussenstop richting Cochem

On the road to…..

De titel van dit artikel had net zo goed; géén brug te ver, maar een kasteel te veel kunnen zijn. Voor wie denkt in een vorig leven ooit ridder te zijn geweest is dit stukje Europa een gevoel van thuiskomen. Kolere, je rijdt hier echt van burcht naar burcht. Er is er altijd wel een in beeld. Van Koblenz tot Rüdesheim is sprake van een échte kastelenroute. Langs dit stukje Rijn kom je zo’n twintig forse kastelen tegen. Het zijn van die stukjes Europa die je veel te snel voorbij rijdt op zoek naar haarspeldbochten tot in de wolken, of stranden met gemiddelde dagtemperaturen van rond de 30 graden.

Voor ons strandde een eerdere poging in het voorjaar in hoge waterstanden, doorlekkende regenpakken en hoosbuien van apocalyptische omvang. Kloteweer dus ! Nu, aan het eind van het motorseizoen, terwijl de blaadjes alweer verkleuren nog maar een poging. Worden we nu dan wél blij aan de Loreley ?!
Langs Monschau, Blankenheim, Kelberg en Ulmen rijden we de aan België en Luxemburg grenzende provincie Rheinland-Pfalz binnen en rijden we via weg 249 richting de Moezel. Links is de Reichsburg al zichtbaar tussen de nog in druifstatus verkerende Moezelwijnen, maar ik stuur naar rechts. Nog even een stukje pakken waar ik écht nog nooit geweest ben. Op weg 49 gaan we net na Ernst (echt waar) via de brug over het in de Vogezen ontspringende riviertje en vervolgen we over de L98 naar Beilstein voor het eerste kasteel ‘van dichtbij’; Burg Metternich. Gebouwd ergens in de 13e eeuw en door de altijd vriendelijke Fransen verbouwd tot doorzonkasteel in de 17e eeuw ! Een klein stukje verder besluiten we in Briedern weer om te keren naar Cochem, om de beoogde rijrichting niet helemaal uit het oog te verliezen.

Marktplatz Cochem

Cochem
Even bijkleurend op een van de vele verwarmde terrassen, zien we boot na boot – gevuld met ‘ons voorland’ (nog ouder dus) en rolstoelers – aan ons voorbij drijven. Ja, het reisje langs de Moezel scoort nog steeds erg hoog in de ouderen- en verzorgingshuizen. Cochem is door de jaren heen zelf niet veel verandert. Wijn, funshoppen en terrassen in een tot toeristisch hoogtepunt gebombardeerde regionale hoofdstad.

Hoppa…..weer zo’n 65+ Titanic….

Als we via weg 49, langs de met touringcars gevulde parkeerplaatsen, het stadje weer verlaten komen we ‘Catman’ tegen. Ongetwijfeld een al door velen gespotte zonderling, maar toch maar even in de remmen als hij zijn Pussycat van brandstof voorziet en snel de camera uit de koffer om hem voor het nageslacht te bewaren.

Pussycat…..een bijzondere Oosterbuur

Bij Treis Karden steken we de Moezel over en blijven we door direct linksaf te slaan op weg 49. In Brodenbach gaan we naar rechts weg K72 op en die moet je als échte biker gewoon gereden hebben. Vooral de eerste kilometers zijn waanzinnig. Let wel op want nergens in Brodenbach staat wegnummer K72 aangegeven. Eigenlijk is het gewoon de enige weg die in de dorpskern naar rechts gaat. Het is fabeltastisch de hoogte in slingeren en je waant je eventjes in het hooggebergte. Als de weg mooi blijft, maar overzichtelijker wordt gaat de K72 over in de K119.

Oost Europese motorhistorie ‘am Mosel’

Bij Boppard maken we even snelheid op de 61 richting Ludwigshaven. Als we ter hoogte van St. Goar de afslag willen nemen blijkt deze ‘gesperrt’ ! We kachelen dus maar door naar de volgende afslag bij Wiebelsheim (wie kent het niet) en we vervolgen via de L217/L220 richting Oberwesel. Ook dit laatste stuk naar de Loreley is mooi om te rijden. Afwisselend landschap en mooie lange bochten.

 Af en toe een mooi zicht op de rijn tussendoor

Normaal komt St. Goar – waar je aan de overkant de Loreley al ziet liggen vóór Oberwesel, maar door de onverwachte ‘sperrung’ komen we nu van de andere kant.

Van Oberwesel naar St. Goar

Propfenzieher
In Oberwesel rij je – als je niet op tijd ‘bremst’ – zo de Rijn in. Het plaatsje blijkt een aaneenschakeling van Middeleeuwse torens, muren, oude kerken en uiteraard een bijbehorende burcht te zijn. Rotsen, wijngaarden en bossen omringen hier het Rheintal. Mooi is een understatement ! Lopend verkennen we het centrum (1 lange straat) en besluiten in te checken in een hotel dat luistert naar de prachtige naam Goldener Propfenzieher. De Ochsenturm waar we vanaf het kamerbalkon op uitkijken, wordt door Ans al snel herdoopt in ‘de Pinokkio’. Het uitstekende takelelement en de plaatsing van de kijkgaten zijn daar uiteraard debet aan. De Rijn lijkt hier te fungeren als middenberm voor een spoorwegennet, dat aan beide zijden door en voor de rotsen snelt. Ruim 500 ‘Zugen’ snellen hier dagelijks voorbij. Na de maaltijd besluiten we om er nog maar eens een kasteel aan vast te knopen vandaag (niet aan een trein natuurlijk) en zo zitten we een uurtje later op de binnenplaats van Schönburg te genieten van een lekker Duits pilske ! De burcht is, na een paar eeuwen als ruïne door het leven te zijn gegaan, eind 19e eeuw herbouwd door een Amerikaan met de wel heel toepasselijke naam; Rhinelander.

Lekker eten bij de Propfenzieher, met zicht op ‘Pinokkio’ !

Loreley
Een brug is hier in de omgeving ver te zoeken. De overkant is alleen per pont te bereiken en gelukkig varen er daar weer wel genoeg van. Het is nog steeds bitter koud, maar er staat weinig wind en van enige neerslag is geen sprake. Dus hoppa het pontje op in Sankt Goar en aan de overkant in Sankt Goarshausen er weer af en richting Loreley. Dat betekent rechtsaf de ForstbachstraBe op en weer slingerend en fors omhoog sturend de laatste kilometers de 132 meter hoge rots op.
Hoewel veel mensen denken dat de Rijn hier de Loreley wordt genoemd, of dat de streek deze naam draagt, is het eigenlijk alleen de hoekige rots waar de naam Loreley op geprikt mag worden. De hoge rots zorgt voor een stevige knak in de rivier en veroorzaakt zo gevaarlijke stromingen in de Rijn. Op dit smalle stukje Rijn zijn in de geschiedenis al vele schepen ten onder gegaan. Zelfs recent (in 2011) is het nog fout gegaan met een met zwavelzuur beladen schip. Natuurlijk zorgt een dergelijke combinatie van natuurfenomenen ook voor prachtige legendes. Bij de Loreley is het verhaal van de nimf die er met haar gezang voor zorgde dat schippers hun aandacht niet meer bij de rivier konden houden en vervolgens op de rotsen te pletter sloegen, daar wel de meest bekende van. Onder de Loreley is aan de oever van de Rijn nog een beeld te vinden van deze ‘verzonnen’ nimf.
Het uitzicht vanaf de Loreley is beslist de moeite waard. Het staat omschreven als ‘een schitterend panorama’ en daar is geen woord aan gelogen. Boven op de Loreley ligt ook de Freilichtbühne. Een soort Pinkpopgebied op grote hoogte. Artiesten als U2 en David Bowie hebben op deze ‘rock’ gedenkwaardige concerten gegeven……. vandaag helaas ‘gesperrt’ ! Aan de posters te zien is heavy metal hier nu mainstream. Nu maar hopen dat al die schippers oordoppen XL in de stuurhut voorhanden hebben. Na een bezoekje aan het informatiecentrum rijden we weer langzaam de rots af.

Heerlijke weggetjes richting de Loreley

Onderweg lokt een bord Drieburgenblick ons naar rechts de K88 op. Zo dan…..da’s weer even sturen en genieten geblazen, haarspeld na haarspeld en écht vet omhoog. De beloning wacht aan het eind van de weg in de vorm van een schitterend uitzicht op maar liefst drie kastelen: Schloss Rheinfels, Burg Katz & Burg Maus. Wat prentjes schieten en daarna weer terug en verder de Loreley ‘afzinken’. Weer beneden rijden we het standbeeld van de nimf voorbij en besluiten de weg aan deze kant van de Rijn nog even te vervolgen. Het is nog steeds droog en koud en het aantal ‘bikers’ is beperkt. Tegenover Bad Saltsig vinden we alweer twee fraaie kastelen; Burg Sterrenberg & Burg Liebenstein, ook wel de vijandelijke broeders genoemd. Het lijkt wel of de weggetjes die naar de kastelen leiden steeds steiler worden. ’T Is geweldig lekker en avontuurlijk rijden, maar de laatste 50 meter naar Liebenstein is me toch nét iets te stijl en die leggen we lopend af ! Ook deze burcht/kasteel is overigens gedeeltelijk tot hotel verbouwd. Zo zijn we er al meer tegengekomen. Met het volgende kasteel; Burg Boppard al in zicht, besluiten we om maar weer eens een veerpont op te zoeken en terug te rijden naar Oberwesel.

Burg Katz

Richting de oorsprong
200 nachtelijke treinen verder besluiten we de volgende dag nog een stukje af te zakken richting de oorsprong van de Rijn. Hier in Oberwesel is het een pittige stroom van zo’n 150 meter breed, maar het begint allemaal met een nietig Manneke-pis-straaltje in Zwitserland. Zo ver gaan we bij lange niet. Richting Rüdesheim am Rhein is onze dagplanning en dan zowel aan de west- als aan de oostkant van de watermassa. Eerst maar eens op de westoever blijven en naar Bacharach, met uiteraard wéér een kasteel; Burg Stahleck. Duidelijk is inmiddels wel dat veel van deze burchten lang in slechte staat hebben verkeerd, alvorens te zijn herbouwd. Ook duikt de naam van Napoleon vaak op als het gaat om bewoning, gebruik of bezit. Voor Bacharach passeren we Kaub waar midden in de rivier op het eilandje Falkenau, Burg Pfalzgrafenstein ligt. Het karakteristieke rood-witte kasteel is door de Graven van Pfalz eeuwenlang in gebruik geweest als tolhuis voor passerende schepen. Via een veerpont vervolgen we de weg op de oostkant richting Rüdesheim, maar onderhand worden we toch wel een beetje ‘castle-tired’. Op de terugweg toch nog maar even omhoogkijken naar Burg Gutenfels en daarna – teruggekeerd in Oberwesel – nog even de wijnvelden in en genieten van prachtige uitzichten.

Wijntje erbij en genieten maar….

Als we ook de Stadtmauer-Rundweg op onze kisten hebben afgelopen (zeker de moeite waard), houden we het voor gezien aan de Loreley. Tijd om terug te keren naar de Heimat !!

Zoot (en Ans)